About Us

Views

Members

Commissions

CoR External Relations

News

Events

People

Stay In Touch

18 June 2010 / NL

Territoriale verschillen en sociale uitsluiting – Een krachtiger cohesiebeleid voor het welzijn van de burgers –

Verklaring van Poznan van de fractie van de Europese Volkspartij (EVP) in het Comité van de Regio's

Externe vergadering van de EVP-fractie in het CvdR – Poznan, 18 juni 2010

De fractie van de Europese Volkspartij in het Comité van de Regio’s

  1. is verheugd dat 2010 is uitgeroepen tot Europees Jaar ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting en memoreert dat het tegengaan van alle vormen van armoede een prioritaire doelstelling van de Europese Unie is;
  2. onderstreept dat zeker 78 miljoen mensen in de EU, onder wie 19 miljoen kinderen, bedreigd worden door armoede en aan den lijve ondervinden wat sociale uitsluiting en beperkte en ongelijke toegang tot dienstverlening betekenen;
  3. benadrukt dat armoede en sociale uitsluiting ingewikkelde vraagstukken met vele facetten zijn, die verband houden met inkomen, het algemene levenspeil, onderwijs, kansen op fatsoenlijk werk, efficiënte stelsels voor sociale bescherming, huisvesting, toegang tot goede gezondheidszorg en andere openbare diensten;
  4. is er vast van overtuigd dat lokale en regionale overheden, als bestuurslaag die het dichtst bij de burgers staat, de drijvende kracht vormen die het beste kan zorgen voor een doeltreffende en breed gedragen strategie ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, en de aangewezen instanties zijn om de nationale en Europese overheden bewust te maken van de regionale verschillen in armoede en sociale uitsluiting;
  5. beklemtoont dat het pas mogelijk is om stereotypen te doorbreken en de doelstellingen van maatregelen ter bevordering van sociale inclusie te verwezenlijken als de burgers zich bewuster worden van wat armoede en uitsluiting inhouden;
  6. wijst er in verband met de overal in de EU stijgende werkloosheid op dat met name jongeren, die moeilijk toegang tot de arbeidsmarkt kunnen krijgen, geholpen moeten worden bij het vinden van geschikte manieren om zich voor te bereiden op een baan;
  7. herhaalt dat de Europese Volkspartij een Unie van waarden voorstaat: solidariteit, vrijheid en verantwoordelijkheid, menselijke waardigheid en subsidiariteit vormen de pijlers van haar politieke overtuigingen. Collectieve en individuele verantwoordelijkheid moeten worden aangemoedigd om het recht op een actief leven voor en in het belang van alle burgers te promoten;

    Cohesiebeleid
  8. is van oordeel dat een ambitieus cohesiebeleid van de EU kan helpen om de samenleving samenhangender te maken, de meerwaarde van sociale cohesie aan te tonen, welvaart duurzamer te verdelen en zoveel mogelijk te voorkomen dat mensen tussen wal en schip raken;
  9. benadrukt dat het cohesiebeleid het belangrijkste middel is om tot een harmonieuze en duurzame ontwikkeling overal in de EU te komen, het welzijn van de burgers te garanderen, iedereen dezelfde kansen te bieden en mensen in de EU te helpen zelfredzaam te worden;
  10. wijst erop dat het belangrijk is om te investeren in horizontale projecten ter ondersteuning van regio’s die door geografische of natuurlijke factoren worden benadeeld; zo moet worden voorkomen dat regio’s ontvolkt raken als gevolg van een gebrek aan economische ontwikkeling;

    Aanbevelingen
  11. roept regionale en lokale overheden op om wezenlijk bij te dragen aan initiatieven die in het kader van het Europees Jaar worden ontplooid en om ervoor te zorgen dat dit jaar als een katalysator kan werken voor maatregelen op langere termijn ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting;
  12.  pleit op dit terrein voor een benadering waarbij alle niveaus (lokaal, regionaal, nationaal en Europees) zijn betrokken, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, dat met het Verdrag van Lissabon erkend en kracht bijgezet is;
  13.   is ermee ingenomen dat er in de Europa 2020-strategie naast doelstellingen op het gebied van innovatie, onderwijs, hernieuwbare energie en werkgelegenheid ook ambitieuze armoedebestrijdingsdoelstellingen zijn opgenomen, teneinde de leefomstandigheden van alle generaties te verbeteren; dringt er bij de EU op aan om projecten op dit vlak mede te financieren;
  14. wil verder invulling geven aan het door de Europese Volkspartij gesteunde gezamenlijke initiatief van de EVP-fracties in het Comité van de Regio’s en het Europees Parlement om een “Territoriaal Pact voor lokale en regionale overheden over de Europa 2020-strategie” tot stand te brengen. Doel van dit initiatief is om voor de strategie een inbreng op verschillende niveaus te garanderen middels een echt partnerschap tussen Europese, nationale, regionale en lokale overheden, met name waar het gaat om de uitwerking en tenuitvoerlegging van de centrale doelstellingen en vlaggenschipinitiatieven van de Europa 2020-strategie;
  15. is ervan overtuigd dat met dit Territoriale Pact kan worden bijgedragen aan het vlaggenschipinitiatief “Europees platform tegen armoede” door een territoriale agenda voor sociale inclusie te ontwikkelen om lokale sociale diensten efficiënter en toegankelijker te maken voor iedereen en mensen te helpen integreren die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten;
  16. beklemtoont dat alle jongeren geholpen moeten worden om hun kansen en talenten optimaal te benutten; is van mening dat jongeren hun vaardigheden niet alleen moeten ontwikkelen op school, maar ook in het gezin en als vrijwilliger in verenigingen; herhaalt dat lokale en regionale overheden het dichtst bij de leefwereld van jongeren staan en daarom een cruciale rol spelen bij het creëren van de randvoorwaarden voor hun ontwikkeling;
  17. spoort regionale en lokale overheden aan om steun te verlenen voor de bescherming van het gezin, dat aan de basis ligt van een harmonieuze en duurzame ontwikkeling van de samenleving;
  18. onderstreept dat het belangrijk is om huishoudens te adviseren en bij te staan, teneinde gezinnen en individuen bewuster te maken van de gevolgen van het aangaan van leningen; dringt er in dit verband op aan dat banken zich bij kredietverlening verantwoordelijker opstellen en dat er voorlichtingscampagnes op touw worden gezet om mensen te wijzen op de verborgen en gebruikskosten van financiële producten;
  19. is van mening dat in het kader van het regionaal en lokaal sociaal beleid maatregelen moeten worden genomen om erop te wijzen dat gezinnen die zich tijdelijk in financiële problemen bevinden, in aanmerking kunnen komen voor kleine rentevrije leningen, zodat zij niet ten prooi vallen aan zgn. “nieuwe” vormen van armoede;
  20. verzoekt lokale en regionale overheden meer te investeren in onderwijs en beroepsopleiding om tegen te gaan dat armoede van ouders op kinderen wordt overgedragen en om zo het aantal sociaal uitgeslotenen fors terug te dringen;
  21. benadrukt dat middelgrote en kleine bedrijven, die het momenteel moeilijk hebben als gevolg van de ongunstige economische omstandigheden, beschermd en hun ontwikkeling bevorderd moet worden; wijst er nog eens op dat het mkb in alle EU-regio’s voor werkgelegenheid zorgt en de economische samenhang ten goede komt doordat het decentrale productie stimuleert;
  22. breekt een lans voor versterking van de sociale economie en sociale ondernemingen; dat zijn immers innovatieve werktuigen voor plaatselijke ontwikkeling die gericht zijn op activering van mensen die zich in een moeilijke situatie bevinden. Sociale ondernemingen, die actief zijn op het gebied van maatschappelijke integratie, en de verlening van publieke diensten en goederen kunnen in regio’s en steden aan een duurzame sociale ontwikkeling bijdragen en de economische groei stimuleren;
  23. herinnert eraan dat de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting actie op alle niveaus vereist; moedigt regionale en lokale overheden dan ook aan om permanent overleg te gaan voeren met non-profitorganisaties die zich met maatschappelijke solidariteit bezighouden, en om initiatieven die vanuit de samenleving zijn ontstaan flink te ondersteunen; spoort hen tevens aan om samen te werken met lokale partnerschapsverbanden van overheden, ngo’s en particuliere actoren daar waar kleine gemeenschappen actief zijn op economisch, cultureel en onderwijsgebied; zou graag zien dat lokale en regionale overheden worden geholpen bij de ontwikkeling van sociale infrastructuur om de samenwerking in het kader van lokale partnerschappen te coördineren;
  24. merkt op dat het Poolse Solidariteitshandvest in overeenstemming is met de christelijke en democratische waarden en een goed voorbeeld is van een manier om voor sociale orde te zorgen en collectieve en individuele verantwoordelijkheid in het openbare leven toe te passen; dringt erop aan dat mensen die in de sociale sector werken, gepaste erkenning krijgen in termen van onderwijs en opleiding, behoorlijke arbeidsvoorwaarden en een salaris dat overeenstemt met hun verantwoordelijkheden;
  25. beschouwt solidariteit als een fundamentele waarde bij de totstandbrenging van een modern Europa. Als de beginselen van vrijheid, democratie en subsidiariteit hoog in het vaandel worden gehouden en alle burgers bij het openbare en economische leven van de Unie worden betrokken, kan de toekomst met vertrouwen tegemoet worden gezien.